DGDO: Begrippenlijst
In onderstaande lijst vindt u de omschrijving van veelvoorkomende vaktermen bij programma DGDO.
Snel naar:
A t/m E
Het Rijk werkt toe naar een klimaatneutraal energiesysteem. Dit betekent een verantwoorde afbouw van de vraag naar aardgas en fossiele activiteiten.
Een verzameling van uitgangspunten en keuzes waarmee de overheid bepaalt hoe om te gaan met het gebruik van de diepe ondergrond. DGDO stelt zo’n beleidskader op.
Te onderzoeken beleidskeuze binnen het programma DGDO, waarmee verschillende scenario’s of alternatieven voor het gebruik van de diepe ondergrond worden verkend en afgewogen.
Beoordelingsaspecten zijn onderwerpen die in het milieueffectrapport onderzocht en beoordeeld worden. Het verschilt per programma welke milieuonderwerpen dat zijn.
Het beoordelingskader is een lijst van onderwerpen die worden onderzocht in het milieueffectrapport. Het beoordelingskader bestaat uit beoordelingsaspecten.
Besluit Kwaliteit Leefomgeving
Programma Bodem Ondergrond en Grondwater van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Holte in de ondergrond, ontstaan door zoutwinning (oplosmijnbouw), die kan worden gebruikt voor de opslag van stoffen zoals waterstof, aardgas of olie.
Zie CO₂-opslag.
Carbon Capture and Storage (CSS) is de afvang en opslag van CO₂. In Nederland gebeurt dit onder de Noordzee.
De commissie adviseert over de inhoud van milieuonderzoeken. Bijvoorbeeld voor milieueffectrapporten of de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD). De commissie is onafhankelijk.
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een onderzoeksplan over de milieueffecten van een project of programma. Zo wordt aandacht besteed aan het milieu bij beslissingen over programma’s. Hierin staat:
- welke milieueffecten onderzocht worden;
- hoe die onderzocht worden;
- tot in welk detail.
De Rijksoverheid vindt het belangrijk dat iedereen hierover mee kan denken. Daarom wordt er eerst een conceptversie van de NRD gepubliceerd, de concept-NRD. Iedereen kan hierop reageren. Dit kan via de post, telefoon, of soms mondeling op een inloopbijeenkomst. Zie 'Reactie en zienswijze' voor uitleg over wat een zienswijze is. Daarna wordt de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld.
Decentrale overheden zijn provincies, gemeenten en waterschappen.
Delfstoffen zijn natuurlijke grondstoffen zoals aardgas, aardolie, zout, of gesteenten die uit de diepe ondergrond worden gewonnen.
Het programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond (DGDO) is een initiatief van het Rijk om te zorgen voor een veilig, verantwoord en duurzaam gebruik van de diepe ondergrond op land voor de energietransitie en grondstoffenvoorziening. DGDO werkt toe naar een visie voor toekomstige activiteiten in de diepe ondergrond waarmee duidelijk wordt waar wel, niet en onder welke voorwaarden activiteiten kunnen plaatsvinden.
Met ‘diepe ondergrond’ bedoelen we alles wat dieper is dan 100 meter. Er zijn veel verschillende manieren waarop de diepe ondergrond gebruikt wordt. In het programma DGDO gaat het alleen over de volgende activiteiten: gaswinning op land (kleine velden), zoutwinning, oliewinning, aardwarmte en energieopslag (aardgas, waterstof, perslucht, methaan).
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) helpt bij de uitvoering van de Omgevingswet. Het bestaat uit lokale, digitale systemen van overheden en de onderdelen van de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals het Omgevingsloket.
Duurzaam benutten betekent in de context van DGDO dat zorgvuldig wordt omgegaan met eindige voorraden en schaarse ondergrondse ruimte, met oog voor de behoeften van nu én van de toekomst. Het uitgangspunt is een evenwicht tussen benutten en beschermen: de diepe ondergrond wordt benut waar dat maatschappelijk nodig en verantwoord is, maar ruimte en voorraden worden ook beschermd wanneer gebruik toekomstige mogelijkheden onnodig zou beperken.
Energie Beheer Nederland. Een vennootschap die volledig eigendom is van de Staat en betrokken is bij de winning van delfstoffen en aardwarmte.
Efficiënt betekent vooral dat een bepaald gebruik plaats vindt op plekken die daarvoor van nature het meest geschikt zijn en dat de ondergrond zodanig wordt gebruikt dat zoveel mogelijk ruimte over blijft voor ander gebruik, nu en in de toekomst.
F t/m J
Gaswinning is de winning van aardgas uit ondergrondse gasvelden. Aardgas is een fossiele energiedrager die gedurende miljoenen jaren is ontstaan uit organisch materiaal. Via productieputten wordt het gas uit poreuze gesteentelagen gewonnen en afgevoerd voor verwerking en gebruik.
We beschermen en benutten wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. We werken aan lokaal en regionaal passende oplossingen.
Winning van aardwarmte uit de ondergrond voor de levering van duurzame warmte aan bijvoorbeeld glastuinbouw, industrie of gebouwde omgeving.
Geografisch Informatiesysteem
Hoge Temperatuur Opslag
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
De initiatiefnemer is de organisatie die de eerste aanzet voor het programma geeft. Dit is vaak de organisatie die ook verantwoordelijk is voor de bouw en aanleg van het project of de uitvoering van het programma. In sommige gevallen is de Rijksoverheid zelf de initiatiefnemer en voert een niet-publieke organisatie het uit. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor:
- de planning en voortgang van het programma;
- de documenten die nodig zijn voor de verkenning;
- de aanvraag van vergunningen;
- het beheer van de omgeving (omgevingsmanagement).
De inspraakbundel is het document waarin alle reacties of zienswijzen op een plan of besluit staan. Waar het nodig worden de ingediende reacties anoniem gemaakt. In de Nota van Antwoorden staan de antwoorden op alle reacties.
Een manier van beleid maken waarbij belangen uit verschillende domeinen (veiligheid, energie, milieu, economie) gezamenlijk worden bekeken in plaats van afzonderlijk.
K t/m O
Een kennisgeving is een (officiële) bekendmaking. De overheid maakt nieuwe stappen binnen een (vergunningen)procedure bekend met een kennisgeving, bijvoorbeeld de publicatie van een nieuw document. Is er een nieuwe stap bekend? Dan staat dat in de Staatscourant .
Ontwikkelingen binnen een programma worden bijvoorbeeld gepubliceerd via (digitale) advertenties in regionale en/of huis-aan-huisbladen. Maar ook via contact met de provincie, gemeenten en waterschappen. Zo kunnen zij hun inwoners informeren.
Lage Temperatuur Aardwarmte
Lage Temperatuur Opslag
De Rijksoverheid ontwikkelt een visie voor het toekomstig gebruik van de diepe ondergrond in samenspraak met belanghebbenden. Tijdens deze zogenoemde maatschappelijke dialoog gaat de overheid in gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overige overheden. De maatschappelijke dialoog bestaat uit regiosessies met decentrale overheden, diepte-interviews met betrokken stakeholders en themasessies met professionals en inwoners.
We zoeken, waar het kan, naar mogelijkheden voor functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit.
Overeenkomst tussen de Staat en een vergunninghouder over de winning van delfstoffen uit een specifiek voorkomen, waarbij afspraken worden gemaakt over opbrengsten en voorwaarden.
Wet die regels stelt voor winning van delfstoffen (zoals gas, olie, zout) in Nederland – relevant voor vergunningverlening. De Mijnbouwwet, die sinds 2003 van kracht is, wordt momenteel ingrijpend herzien om beter aan te sluiten bij de energietransitie, toenemende zorgen over veiligheid en milieu, en de behoefte aan meer regie en afstemming bij het gebruik van de diepe ondergrond.
Een onafhankelijk adviesorgaan die de minister van Klimaat en Groene Groei adviseert over opsporing of winning van delfstoffen of aardwarmte, en opslag van stoffen in de diepe ondergrond.
De milieueffectrapportage (mer) zorgt ervoor dat er genoeg rekening wordt gehouden met de effecten van het energieproject op het milieu. Het is de procedure waarin de onderzoeken worden uitgevoerd.
De resultaten uit de onderzoeken worden opgeschreven in het milieueffectrapport (MER). In het milieueffectrapport (MER) staan:
- mogelijke routes of locaties voor een project;
- de milieueffecten ervan een plan of project;
- maatregelen die milieueffecten kleiner maken of wegnemen als dat nodig is.
In het MER worden onderwerpen onderzocht. Dat zijn de beoordelingsaspecten. Deze onderwerpen samen zijn het beoordelingskader. Voorbeelden van onderwerpen zijn:
- bodemkwaliteit;
- grondwaterkwaliteit;
- gevolgen van klimaatverandering;
- Natura 2000 (Europees netwerk van beschermde natuurgebieden);
- stiltegebieden, zoals hoeveel geluid er mag zijn (geluidbelasting);
- weidevogelgebieden en soorten vogels (flora en fauna).
De Commissie voor de milieueffectrapportage (commissie mer) adviseert over de inhoud van milieuonderzoeken. De commissie is onafhankelijk.
Bij energieprojecten is soms een mer nodig. Maar soms ook bij ingewikkelde programma's. Zie 'programma' voor uitleg over wat een programma is.
Minister van Klimaat en Groene Groei
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (voorheen ministerie van Klimaat en Groene Groei)
Beleidsdocument van het Rijk waarin de hoofdlijnen van het nationale omgevingsbeleid zijn vastgelegd, inclusief leidende principes voor het gebruik van de ondergrond.
Europa beschermt bepaalde natuurgebieden die een bijzondere waarde hebben door speciale dieren of planten. Deze natuurgebieden heten Natura 2000-gebieden.
Deze laag van de grond bestaat uit infrastructuur en andere verbindende elementen, zoals verkeer, energienetwerken, natuurnetwerken en watergangen. Deze laag verandert sneller dan de ondergrond. Ook zijn de netwerken in zekere mate aanpasbaar. Tegelijkertijd strekken de netwerken zich vaak uit tot buiten een projectlocatie. Daarmee zijn ze deels een onderdeel waar een ontwikkeling op moet inspelen.
Nationale Grondwater Reserves zijn diepgelegen, zeer oude en schone grondwatervoorraden, die eeuwenlang goed bewaard zijn gebleven.
We schuiven problemen niet zonder meer door naar elders of naar toekomstige generaties en we streven naar een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten.
Op sommige momenten in de procedure kunt u reageren of vragen stellen. In de Nota van Antwoord staan antwoorden op deze vragen en reacties. Wordt een reactie meegenomen in het project of programma? Dan staat in de Nota van Antwoord ook hoe dat gebeurt.
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een onderzoeksplan voor een milieueffectrapport (MER). Hierin staat:
- welke milieueffecten onderzocht worden;
- hoe die onderzocht worden;
- tot in welk detail.
Zo wordt er aandacht besteed aan het milieu bij beslissingen over projecten en programma’s.
Nationaal Plan Energiesysteem
Met occupatie wordt de menselijke activiteit op en rond de locatie bedoeld, zoals wonen, werken, landbouw en recreëren. Binnen de occupatielaag kijken we naar de historische ontwikkeling van het gebied, huidige functies en landschappelijke en stedenbouwkundige structuren.
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Hierin staan alle wetten over de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving. Denk aan eisen aan participatie, ruimtelijke ordening en het milieu.
Te onderzoeken beleidskeuze binnen het programma DGDO, waarmee verschillende scenario’s of alternatieven voor het gebruik van de diepe ondergrond worden verkend en afgewogen.
Marktpartijen die betrokken zijn bij de winning van grondstoffen en warmte uit de ondergrond, zoals aardolie, aardgas, aardwarmte of zout.
Vergunning die de houder het recht geeft om in een bepaald gebied te zoeken naar voorraden aardgas, aardolie of zout.
P t/m T
Met participatie bedoelen we het vroegtijdig betrekken van onder andere inwoners en bedrijven bij de totstandkoming van een besluit of programma. Het gaat bijvoorbeeld om inwoners van gemeenten waar de activiteit mogelijk plaats zal vinden, maatschappelijke organisaties, grondeigenaren, landbouwers, regionale en lokale overheden, en ondernemers. Zij hebben op verschillende momenten in de procedure inspraak. Deze inspraak gaat bijvoorbeeld over wat er onderzocht wordt, hoe de omgeving wordt betrokken en welke mogelijke locaties worden bekeken.
De Participatieve Waarde-evaluatie (PWE) is een online onderzoek (ook wel ‘raadpleging’ genoemd) om inwoners actief te betrekken bij beleidskeuzes: zij kunnen meedenken én hun belangen en waarden meewegen. Wetenschappers van onder andere TU Delft hebben deze methode ontwikkeld.
Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet) om te bepalen of beleidskeuzes significante negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden.
Programma Energiehoofdstructuur
Een MER is een milieueffectrapport waarin de effecten op het milieu staan. Een plan-MER helpt de overheid bij moeilijke keuzes over plannen en programma's. Soms is een plan-MER verplicht. Bijvoorbeeld als ontwikkelingen in het plan misschien gevolgen hebben voor beschermde natuurgebieden. Ook programma’s zijn onder de omgevingswet verplicht een milieueffectenrapportage op te stellen.
Soms zijn er meerdere beleidsdoelen. Zijn deze zonder samenwerking moeilijk te halen of nemen ze teveel tijd in? Dan start de Rijksoverheid een programma. De Rijksoverheid is de initiatiefnemer.
Het beleid uit een programma is leidend voor de projecten die eruit voortkomen.
Een hulpmiddel om de woon- en leefomgeving te beoordelen. Bestaat uit onderwerpen zoals:
- veilige en gezonde leefomgeving
- goede omgevingskwaliteit
- economische omgeving en woonomgeving
De Rijksoverheid vindt het belangrijk dat er ruimte is om aan te geven of u het wel of niet eens bent met een besluit of programma. Het projectteam organiseert verplichte inspraakmogelijkheden op het ontwerp-programma en effectrapporten.
Zienswijzen worden ingediend op ontwerp-besluiten of -programma's. Reacties worden ingediend op overige documenten, zoals de concept-NRD.
Vaak zijn er naast de verplichte mogelijkheden om zienswijzen in te dienen ook nog andere mogelijkheden om uw reactie te geven.
Zienswijzen en reacties kunt u geven per post, telefoon en soms bij een notulist op een inloopbijeenkomst. Reacties en zienswijzen worden hetzelfde behandeld.
De situatie in de toekomst, bijvoorbeeld in 2050, die waarschijnlijk zal ontstaan als de kaders en regelgeving van het DGDO-programma niet worden gebruikt.
Seismische Campagne Aardwarmte Nederland. Het SCAN-programma onderzoekt met seismische boringen waar de ondergrond van Nederland mogelijk geschikt is voor de winning van aardwarmte.
SodM is de toezichthouder bij energiewinning en controleert of bedrijven zich houden aan de regels voor veilig en verantwoord gebruik van de diepe ondergrond. SodM ziet toe op de veiligheid van mensen, gebouwen en het milieu bij activiteiten zoals gaswinning, geothermie of zoutwinning.
Structuurvisie Ondergrond
Directie Transitie Diepe Ondergrond van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).
Een terinzagelegging is de periode waarin een gepubliceerd document te bekijken is en wanneer het mogelijk is een (formele) reactie of zienswijze in te dienen. De omgeving krijgt informatie over de terinzagelegging via bijvoorbeeld een kennisgeving in de Staatscourant of lokale/regionale media.
Voorbeelden van documenten binnen DGDO zijn:
- concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD);
- ontwerp-programma.
TNO is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat wetenschappelijke kennis over opbouw, samenstelling en het gebruik van de diepe ondergrond van Nederland toepast in de praktijk. Binnen DGDO levert TNO belangrijke gegevens en modellen over de samenstelling en eigenschappen van de diepe ondergrond in Nederland.
U t/m Z
Ultra Diepe Geothermie
Vergunning die na een startvergunning het recht geeft om aardwarmte langdurig te winnen in een toegewezen gebied.
Waterstof kan worden opgeslagen onder de grond. Dit kan bijvoorbeeld in zoutcavernes (grote holtes in zoutlagen) of in lege gasvelden. Dit laatste is nog in onderzoek. Het doel van opslag is om voldoende waterstof beschikbaar te hebben op het moment dat het nodig is.
Vergunning die het recht geeft om daadwerkelijk delfstoffen of aardwarmte te winnen uit een eerder opgespoord voorkomen.
Gebied dat is aangewezen voor het zoeken naar aardwarmte, waarin met een toewijzing zoekgebied exclusief het recht kan worden verkregen om een startvergunning aan te vragen.
Holte in de ondergrond ontstaan door zoutwinning, geschikt voor opslag van gassen of vloeistoffen.
In Nederland vindt zoutwinning plaats via oplosmijnbouw. Daarbij wordt zoet water in een ondergrondse zoutlaag geïnjecteerd, waardoor het zout oplost. De ontstane pekel wordt vervolgens naar het oppervlak gepompt. Door het water te verdampen, blijft het gewonnen zout over.
Contact
Mail: dgdo@minezk.nl